Brief aan Plooij (11)

Plooy De achterbankgesprekken
Al uw beschuldigingen zijn simpel te weerleggen. Zoals die over een overmakingsbewijs van x917 tonx92 welke ik volgens Endstra op 27 juni 2003 heb opgehaald, terwijl ik op dat moment onderweg was naar Apeldoorn in verband met de x91doorlooprepetitiex92 voor theatervoorstelling x91De Eenx92 met honderden kinderen in theater Orpheus die op 28 en 29 juni 2003 werd uitgevoerd. Ziet u het voor zich? Even iemand afpersen en dan hup naar de kindervoorstelling. En wat te denken van Endstrax92s suggestie op de achterbank dat een atechnisch iemand als ik camerax92s in twee autox92s zou hebben ingebouwd. Die autox92s zouden dan bij x91bepaalde mensenx92 voor de deur worden gezet. Endstra beweert ook dat ik een woning in de Michelangelostraat (nummer 103/I) van hem zou hebben gekocht, en dat mannen van de ABN-AMRO bank x91die in de gokkasten zittenx92 hem het dubbele geboden zouden hebben voor de speelhallen op de Wallen, waarvan de politie zegt x93het is bijna een publiek geheim dat die panden van Holleeder zijn. Bijna heel Amsterdam weet het, iedereenx85 Roept het, laten we het zo zeggen. Ja ik zeg het verkeerd, roept hetx94. Endstra zegt dat Holleeder om afspraakjes met Endstra te maken x91altijd Kattee of iemand langs stuurtx92 maar vertelt er niet bij dat die x91iemandx92 zijn eigen Anita Schuts is die anderhalf jaar lang tot aan zijn dood x91om de twee of drie dagenx92 afspraken maakte, zox92n 200 afspraken dus! En telkens als de CIE-rechercheurs hem verwonderd aankeken, riep Endstra: x93Ja, ik zweer jullie, ik zit jullie niks op de mouw te spelden hoor!x94

‘Het verhullen en verdraaien van de waarheid’
Als het om zijn financixeble handel met criminelen ging, nam Endstra zijn toevlucht tot het verhullen en verdraaien van de waarheid, stelde u op pagina 138 in uw eigen Kolbak requisitoir. Maar ook als het over x91een heel keurige nette jongenx92 gaat, kijkt Endstra niet op een leugen meer of minder. En Endstra loog om zijn vrouwen uit elkaar te houden, verklaarden Zeegers en zijn zus Beatrix Endstra. Het zoeken naar aanknopingspunten van hetgeen Endstra heeft verteld en opgeschreven had natuurlijk gepaard moeten gaan met een zorgvuldige analyse waarom Endstra zo dikwijls en aantoonbaar heeft gelogen op de achterbank en in zijn aantekeningen. Was liegen geen gewoonte geworden, of een aangeboren afwijking? Daarin is uw onderzoek naar mijn idee ernstig tekort geschoten.

Slotwoord
Het is eigenlijk absurd dat ik mij opnieuw moet verweren tegen uw belastende en als feiten voorgedragen veronderstellingen en aannames terwijl twee rechtelijke instanties zich reeds daarover hebben uitgesproken. Het is geen prettig vooruitzicht om, ondanks mijn vrijspraak, de rest van mijn leven door leden van het Openbaar Ministerie als een verdachte van strafbare feiten te worden beschouwd. Eens en temeer omdat ik in een Bibob-procedure ben verwikkeld, er nog steeds beslag rust op mijn Wallenpanden en een herfinanciering van de Paarlberg-leningen door een reguliere bank verder weg lijkt dan ooit. Er komt een moment dat het Openbaar Ministerie en ik samen aan tafel zitten om over het conservatoir beslag te praten, en dan liefst op een constructieve wijze. Het voortbestaan van mijn bedrijven is namelijk niet alleen voor mij en mijn personeel van belang, maar ook voor het O.M. zodat de leningen op enig moment aan de Staat der Nederlanden terugbetaald kunnen worden mocht er een bewezenverklaring volgen in de strafzaak tegen de heer Paarlberg.

Waarnemend burgemeester van Amsterdam Lodewijk Asscher sprak aan het begin van dit jaar nog respectvolle en stimulerende woorden in de Telegraaf tijdens een interview over zijn plannen met de Wallen: x93Dat iemand als Kaatee tegenargumenten in stelling brengt, is prima. Moet hij doen. Ook niet erg verrassend, natuurlijk. Hij wordt met zijn gokhallen in zijn voortbestaan bedreigd. Hij vecht voor eerherstel.x94 Maar als het Openbaar Ministerie mij als een verdachte blijft beschouwen, dan wordt dat vechten tegen de bierkaai. Ik verzoek u daarom de hiervoor genoemde feiten goed tot u door te laten dringen en op basis hiervan uw standpunten te heroverwegen zodat deze in lijn komen te liggen met de visie van hetzelfde Openbaar Ministerie zoals begin dit jaar in de schadeprocedure is verwoord.

Hoogachtend,
M.A. Kaatee.

- einde -

1 June 2010
By on 21:48
Brief aan Plooij (10)

Plooy Getuige Joop van der Haar
U beschouwt Joop van der Haar als een belangrijke, zo niet uw belangrijkste getuige. Op 22 juni 2004 verklaart Van der Haar te hebben gezien dat Endstra mij op kantoor een betalingsbewijs zou hebben overhandigd. Die overdracht was blijkbaar moeilijk waar te nemen want Van der Haar vertelde tegen de rechercheurs: x93Je moet heel alert geweest zijn om te zien dat die handeling gebeurde.x94 Het Openbaar Ministerie meldt dan op 14 februari 2006, in verband met de verlenging van mijn voorarrest, per abuis dat getuige Van der Haar in zijn verklaring zou hebben gezegd x91dat Marcel Kaatee bij getuige het betalingsbewijs kwam halen (betreffende x80 2.8 miljoen, opbrengst WFC doorgesluisd naar Ballados) om aan Holleeder te laten zien dat de betaling had plaatsgevonden.x92
Dit is duidelijk een foutieve weergave van de oorspronkelijke verklaring. Maar dan gebeurt er iets geks want vanaf dat moment wijzigt Van der Haar zijn verhaal plotseling in hetgeen het O.M. de rechtbank in februari 2006 voorspiegelde. Niet alleen gaat Van der Haar ineens verklaren dat ik de betalingsopdracht bij hxe9m en niet bij Endstra zou hebben opgehaald, ook plaatst hij dat moment in december 2003 terwijl de betaling van 2.8 miljoen waar hij op doelde volgens het strafdossier al in juni 2003 had plaatsgevonden.

1e verhoor bij rechter-commissaris
Op 7 maart 2007 verschijnt Van der Haar voor het eerst bij de rechter-commissaris. Nadat hij werd gemaand de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zeggen, wordt de getuige geconfronteerd met zijn eerdere verklaringen;

V: x93U verklaart dat Kaatee een keer langs is geweest om de betalingsopdracht op te halen of te bekijken ten behoeve van, naar u denkt, Holleeder. U zegt dat Kaatee wist dat er geld moest zijn in verband met die WFC-deal. En dat Kaatee ten tijde van de WFC-deal vaak op kantoor was en hij stukken zat te lezen, en dat u er een keer bij bent geweest dat hij een betalingsopdracht wilde zien. Klopt dat? Zo ja, kunt u dit toelichten? En, zo ja, aangeven in welke periode in dit verband Kaatee op kantoor kwam en welke betalingsopdracht Kaatee wilde zien?x94

A: x93Dat klopt. Marcel Kaatee kwam op kantoor en wilde de vorderingen zien en weten hoe ver we al waren. Toen de betaling had plaatsgevonden, kwam Marcel Kaatee in december 2003 bij mij en vroeg of hij de betalingsbewijzenx85, dat wil zeggen Kaatee wilde de overmaking van x80 2.8 miljoen aan Ballados zien. De stukken die Marcel Kaatee wilde zien, hadden betrekking op de betaling aan Ballados.x94

V: x93Zoals gezegd verklaart u op 18 mei 2004 dat uit de verkoop van het WFC onmiddellijk x80 2.8 miljoen werd overgemaakt naar de Antillen, ik begrijp naar Ballados. In dat verband zegt u dat Marcel Kaatee dat betalingsbewijs kwam halen, blijkbaar om aan Holleeder te laten zien dat het ook had plaatsgevonden. Op welk betalingsbewijs doelt u? Hoe weet u dat Kaatee dat betalingsbewijs kwam halen? En waarom zegt u: blijkbaar om aan Holleeder te laten zien, dat het ook had plaatsgevonden? En wat had plaatsgevonden?x94

A: x93Ik doel op de betaling aan Ballados. Kaatee kwam dat betaalbewijs bij mij ophalen. Hij heeft niet gezegd waarom of voor wie. Dat ik zeg dat het blijkbaar was om aan Holleeder te laten zien, is gebaseerd op een vermoeden van mij, is mijn eigen interpretatie.x94

2e verhoor bij rechter-commissaris
Op 16 maart 2007 verschijnt Van der Haar opnieuw voor de rechter-commissaris. Dit keer om vragen van de officier van justitie en de verdediging te beantwoorden. Ook uw collega officier mevrouw de Vries constateert dat Van der Haar niet erg standvastig is in zijn verklaringen. Van der Haar was er namelijk van overtuigd dat ik in december 2003 bij hem langs ben geweest om een betalingsopdracht van x80 2.8 miljoen aan Ballados in te zien of op te halen. Afgezien van het feit dat ik nog nooit van Ballados had gehoord, was dat bedrag volgens het dossier al in juni 2003 overgemaakt. Het is dan merkwaardig dat iemand in december 2003 nog naar een betalingsopdracht informeert van een half jaar geleden. Bovendien had Van der Haar al verklaard niet te weten of Holleeder of Paarlberg iets met de betaling van x80 2.8 miljoen te maken hadden.

Retrieval cue
De officier gaat er logischerwijs van uit dat Van der Haar zich weer eens vergist en besluit hem te helpen door hem een x91retrieval cuex92 aan te reiken.

V: x93U heeft verklaard over een transactie waarbij u een fout gemaakt heeft bij de overboeking in het rekeningnummer en de valuta. U noemt in dat verband de naam Xenia. Klopt dat?x94

A: x93Dat klopt.x94

V: x93Uit de financixeble boekhouding is gebleken dat er op 24 december 2003 een bedrag van 2 miljoen dollar is overgemaakt aan Xenia (x85). Kan het zijn dat u zich, gelet op het eerder genoemde tijdstip, vergist en dat dit de betaling is die Kaatee heeft gecontroleerd?x94

A: x93Ja, nu weet ik het weer. Ik geloof dat Marcel Kaatee voor deze betaling is geweest. Dat weet ik nu zeker. Hij kwam voor dxe9ze betaling, tussen Kerst en Nieuwjaar, op het kantoor van Wim Endstra. Hij kwam kijken of de betaling daadwerkelijk naar Xenia was gegaan. En met betrekking tot die x80 2.8 miljoen, weet ik dat Marcel Kaatee naar kantoor was gekomen om stukken van het WFC in te zien.x94

Met dank aan uw collega officier de Vries is Van der Haar er eindelijk uit. Het ging niet om de betaling aan Ballados maar aan Xenia waarvan ik het betalingsbewijs bij hem zou hebben opgehaald of hebben ingezien. Mijn toenmalige raadsman mr. van der Biezen valt op dat moment bijna uit zijn stoel van verbazing;

V: x93Begrijp ik uit uw antwoord op een vraag van de Officier van Justitie goed, dat u met de betaling eind 2003 op Xenia doelde?x94

A: x93Ja, ik bedoelde Xenia. Er was eind 2003 een betaling aan Xenia, die door een typefout van mij verkeerd was gegaan. En in verband met deze betaling aan Xenia kwam Kaatee toen kijken. Hij heeft toen een door mij opgemaakte betalingsopdracht gezien. Volgens mij was dit op Convoy papier, omdat de betaling via Convoy liep.x94

Betalingsopdracht
Nu is er helemaal geen touw meer aan vast te knopen want over de betaling aan Xenia van $ 2 miljoen in december 2003 heeft Van der Haar uitsluitend contact gehad met Van Tatenhove zo blijkt uit het strafdossier. De betaling aan Xenia liep bovendien niet via Convoy zoals Van der Haar beweerde, maar via een andere vennootschap van Endstra genaamd Neglinge BV. In het strafdossier bevindt zich een kopie van de betalingsopdracht van Neglinge aan Xenia, opgemaakt op Neglinge-papier en niet op Convoy-papier zoals Van der Haar zich meende te herinneren, met als ondertekenaarx85 Joop van der Haar.

‘Ik ken mijn zaakjes’
En dan te bedenken dat Van der Haar bij zijn eerste verhoor op 17 mei 2004, vlak na de liquidatie, over Endstra en zijn administratie op de Apollolaan verklaarde:
x93Tot op heden heb ik hier geen rare dingen kunnen vinden. Ik wist voordat ik deze baan nam dat Wim Endstra omstreden was en heb er ook goed over nagedacht. Wim heeft mij destijds verteld hoe alles zat. En nogmaals, ik ben hiervoor opgeleid, ik ken mijn zaakjes en tot op heden heb ik hier geen vreemde zaken gezien.x94
Resumerend luidt de conclusie dat uit de getuigenissen van Haico Endstra en Joop van der Haar op geen enkele wijze kan worden vastgesteld dat ik mij in mei 2003 en/of december 2003 namens de heer Paarlberg en/of de heer Holleeder heb bemoeid met betalingen door Endstra aan de heer Paarlberg.

- wordt vervolgd -

31 May 2010
By on 17:05
Brief aan Plooij (9)

Plooy Relatie Endstra – Kaatee
Dat ik een bijzondere en in uw ogen bevoorrechte positie genoot bij Endstra om op 16 mei 2003 naar een datum te mogen zoeken in stukken komt voort uit mijn jarenlange directeurschap bij bedrijven als Gebouw x93Royalx94 Finance BV, Gebouw x93Royalx94 Property BV, Paulun Holding BV, Predio BV, x91West Endx92, Beleggingsmaatschappij Brouwergracht BV en Part Invest Nuenen BV, die ten tijde van mijn functioneren als directeur deel uitmaakten van het Endstra concern. Ook bij het boekenonderzoek, waar in 2003 om mijn hulp is gevraagd, ging het over aanmerkelijke belangen.
Voor een verdere beoordeling van mijn relatie met Wim Endstra verwijs ik naar de inhoud van de door u ingebrachte tapgesprekken uit het Buizerd onderzoek zoals: Download tap_pv_endstrakaatee_2782001.pdf, Download tap_pv_endstrakaatee_2982001.pdf, Download tap_pv_endstrakaatee_3182001a.pdf, Downloadtap_pv_endstrakaatee_3182001b.pdf, Download tap_pv_endstrakaatee_812002.pdf

‘Ik lees de kranten’

Volgens u zouden x91meerdere getuigen uit de directe omgeving van Endstrax92 hebben verklaard dat ik niet voor Endstra zou hebben gewerkt. Dit duidt erop dat deze getuigen niet in de positie zijn geweest om daarover een juist oordeel te kunnen vellen. Om de onbetrouwbaarheid van deze verklaringen aan te tonen citeer ik iemand, eveneens uit de inner circle rond Endstra, die (beroepsmatig) wel in die positie is geweest. Het gaat om de getuigenis van mr. Willemsen, de huisaccountant van de familie Endstra, die in uw aanwezigheid op 24 juni 2008 bij de rechter-commissaris de volgende verklaring heeft afgelegd;

Raadsman: x93Was u bekend dat meneer Kaatee ook in dienst was van Endstra. Was u dat bekend? Via die gokhallen?x94

Getuige: x93Ja, op zich weet ik niet wat daar mis mee is met die constatering. Als je directeur bent van een vennootschap en op de loonlijst staat, en de aandelen zijn direct of indirect van meneer Endstra, dan ben je in dienst van meneer Endstra.x94

Raadsman: x93Ik vind er niks mis mee. Als advocaat ben ik er blij mee dat het gesteld wordt tegenover het feit, dat heeft u misschien ook gehoord, dat meneer Kaatee de boekhouder van Holleeder zou zijn. (x85) Heeft u dat wel eens gehoord dat meneer Kaatee de boekhouder van Holleeder zou zijn?x94

Getuige: x93Dan gaat u mij vragen of ik kranten lees. Ik lees de kranten en daar heb ik het in gelezen ja.x93

Raadsman: x93Heeft u daar in de tijd dat u te maken had met meneer Endstra en met meneer Kaatee, iets van gezien dat meneer Kaatee optrad als boekhouder van meneer Holleeder? Heeft u daar ooit iets van gemerkt?x94

Getuige: x93Nee.x94

- wordt vervolgd -

30 May 2010
By on 21:21
Brief aan Plooij (8)

Plooy Getuige Haico Endstra
Op 19 mei 2004 verklaart Haico Endstra: x94Mijn werk op kantoor is niet meer zo groot. Het grootste gedeelte wat daar nog gebeurt, is het onroerend goed wat mijn broer dan doet. En dat doet hij eigenlijk echt, nou ik mag wel zeggen helemaal in zijn eentje. Het zit allemaal in zijn hoofd.x94
Verbalisant:x93Die ongewilde betalingen van uw broer, welke in het boekje staan, was het ook naar hem (Holleeder) toe?x94.
Haico: x93Dat heeft hij mij nooit verteld. Het was voor mij wel duidelijk eigenlijk dat het inderdaad een beetje uit zijn hoek kwam.x94

Dat Haico zich op geen enkele wijze met de zaken van zijn broer bemoeide bevestigde Joop van der Haar een dag eerder in zijn verklaring van 18 mei 2004: x93Haico Endstra is de man die zich voornamelijk bezig hield met de spoorwagons. (x85) Die wagons rijden gewoon en daarnaast heeft Haico gewoon een heel bruin leven. Hij heeft een hele mooie boot en was vaak aan het zeilen.x94
En Dennis Prins op 19 mei 2004: x93Haico is een zeezeiler. Hij heeft mijns inziens geen verstand van vastgoedzaken.x94
En Bram Zeegers op 28 december 2004: x93Haico wist eigenlijk maar weinig van waar Wim allemaal mee bezig was geweest, had volgens mij ook geen verstand van Convoy.x94
Terug naar 19 mei 2004 als Haico in zijn verklaring herhaalt van niks te weten:x93Maar goed, nogmaals mijn broer die hield het liefst alles voor zichzelf. Misschien ook ter bescherming van zijn familie…x94

‘Polshoogte’
Op 19 mei 2004 heeft Haico duidelijk geen enkele wetenschap van de zaken van zijn broer. Dit gebrek aan ‘kennis’ wordt ingevuld als hij het zogenaamde dagboek van zijn broer leest en in kleine kring (familie, Van der Haar, Prins) hierover speculeert. Over mij verklaart Haico op 21 februari 2005:
x93Dat is de boekhouder van Holleeder. Hij is muzikant. Ik weet van een incident dat Marcel Kaatee polshoogte moest komen nemen of er een bepaalde transactie was gedaan. Daartoe kwam Marcel Kaatee naar kantoor en keek in de boeken. Dat heb ik zelf gezien. Dat is mijn eigen waarneming.x94
Wanneer, waarom en welke transactie dat precies was, wist hij toen nog niet.

WFC
Als Haico op 6 augustus 2006 opnieuw wordt verhoord, vertellen de verbalisanten hem wat Joop van der Haar heeft verklaard.
Verbalisant tegen Haico: x93Joop van der Haar verklaarde dat Marcel Kaatee namens Holleeder expliciet naar de betaling van het WFC kwam kijken, blijkbaar om het betaalbewijs aan Holleeder te laten zien. In zijn dagboek schrijft uw broer dat op vrijdag 16 mei Marcel Kaatee in het bijzijn van Puk het verkoopcontract heeft bestudeerd van het WFC en de financiering. Kaatee doet dit in opdracht van Willem Holleeder…x94
Maar volgens Haico ging het bij het inzien van de WFC-stukken niet om de inhoud of een betalingsbewijs. x93Volgens mij speelde alleen de datum een rol. Daarom kwam Kaatee kijken,x94 zo liet hij de verbalisant weten.
Een half jaar later, op 8 februari 2007, verklaart Haico bij de rechter-commissaris: x93Kaatee zat daar in opdracht van Holleeder. Dit vertelde mijn broer mij. Ik had Wim erop aangesproken. Ik heb het niet aan Kaatee zelf gevraagd. Kaatee had niet zelf een belang bij die transactie en ook niet namens een van de contractspartners, voor zover ik weet.x94
Resumerend: in mei 2004 wist Haico slechts te vertellen dat ik een transactie zou hebben ingezien, maar niet wanneer, niet waarom en niet welke. Logisch, want hij bemoeide zich geheel niet met de zaken van zijn broer. En begin 2007, als hij door de verbalisanten is gevoed met kennis en informatie, en nadat in een kleine kring intimi volop is gespeculeerd en de media van alles hebben gepubliceerd, x91weetx92 hij het zeker: Kaatee kwam namens Holleeder op kantoor. Haico beweert zelfs dat hij zijn broer erop had aangesproken. In het licht van zijn verklaring van 19 mei 2004 en de onwetendheid van de zaken van zijn broer zoals andere getuigen hebben bevestigd, is dit zeer ongeloofwaardig. Net zo ongeloofwaardig als de opmerking x93dit vertelde mijn broer mijx94 aangezien Wim alles voor zichzelf hield, zoals Haico eerder verklaarde.

Datum
Omdat het incident dat Haico aanvankelijk beschreef volgens hem niets te maken had met een bedrag of met een betalingsopdracht – het ging tenslotte alleen om de datum -, volgt uit Haicox92s verklaring niet dat ik op 16 mei 2003 op het kantoor van Endstra ben geweest in verband met een betaling aan Paarlberg, zoals u stelt. Ook volgt niet uit de verklaringen van Haico dat ik enige wetenschap had van in de dagboekaantekeningen van 22 en 26 juni 2003 vermelde bedragen die in relatie zouden staan tot de verkoop van het WFC. Het ging mij – volgens Haico – alleen om de datum, zoals ikzelf ook altijd heb verklaard. Die datum was voor mij van belang omdat Wim had beloofd zijn schuld aan mij te voldoen zodra het WFC was verkocht. Vandaar mijn verzoek op 16 mei 2003 aan onze gezamenlijke accountant om Endstra nog dezelfde dag een nieuwe berekening van mijn vordering te faxen (ik had nog x80 252.247,- van Endstra tegoed i.v.m. geleverde aandelen, maar was hem aan de andere kant geld verschuldigd i.v.m. ‘rekening-courant boekingen’) hetgeen aantoonbaar is gebeurd. U mag x80 175.000,- dan een x91relatief zeer geringe vorderingx92 vinden, voor mij was het dat zeer zeker niet!

‘Niet afgeperst’
Ten slotte herinner ik u aan uw eigen verhoor van Bram Zeegers op 27 december 2004, waarin deze als getuige heeft verklaard: x93Volgens mij is Wim bij de verkoop van het WFC niet afgeperst. Wim gebruikte deze verkoop om van Klaas Hummel af te komen. Ze waren zakelijk helemaal verstrengeld met elkaar. Het ontvlechten was makkelijker gezegd dan gedaan. Wim had nog miljoenen zwart geld tegoed van Klaas.x94

- wordt vervolgd -

29 May 2010
By on 13:25
Brief aan Plooij (7)

Plooy Betalingen
U stelt in het requisitoir: x91Daarnaast is Kaatee in ieder geval twee maal, namelijk in mei 2003 en in december 2003, op het kantoor van Endstra geweest in verband met een betaling aan Paarlberg. Met name het bezoek in mei 2003 past naadloos op de betalingen inzake de afpersing. We verwijzen naar de aantekeningen van Endstra op dit punt en de daarmee samenhangende getuigenverklaringen van Haico Endstra. Maar ook Joop van der Haar sluit er nauw op aan.x92 Deze stelling is pertinent onjuist. Geen van mijn bezoeken aan het kantoor van Endstra aan de Apollolaan hield verband met een betaling aan Paarlberg. In mei 2003 ben ik op Endstrax92s kantoor geweest in verband met mijn eigen vordering en in december 2003 heb ik daar de door Endstra medeondertekende overeenkomst betreffende de verrekening van mijn vordering opgehaald. Met Holleeder had ik sinds 2003, op enkele toevallige ontmoetingen na, geen contact meer, laat staan dat ik met hem financixeble transacties zou bespreken waarvan ik zelf niet eens op de hoogte was.

Boekenonderzoek
Dat mensen op Endstrax92s kantoor mij daar wel eens in stukken hebben zien kijken is niet zo vreemd. In 2003 vond namelijk een boekenonderzoek plaats bij het Endstra concern, en dan met name bij de bedrijvenstructuur waar ik jarenlang directie over heb gevoerd. U vindt hiervan bevestiging in het strafdossier. Mijn parate kennis over de bedrijven was voor Endstra onontbeerlijk zodat hij mij heeft gevraagd om als intermediair te fungeren tussen zijn kantoor en de accountant en fiscalist. Als zij stukken nodig hadden in verband met compromisbesprekingen of correspondentie met de belastingdienst, dan zocht ik de relevante bescheiden op in het archief aan de Apollolaan. Aan de lange tafel op het kantoor keek ik daar soms nog even in of het wel de juiste stukken waren en leverde ze daarna af bij de fiscalist of de accountant, die mij nauwgezet op de hoogte hielden van de voortgang. De uitkomst van het compromis zou immers ook fiscale consequenties hebben voor mijn bedrijven, die ik in 2002 van Endstra had overgenomen.

Verklaringen
In de tweede helft van 2003 ging de nieuwe financixeble man van Endstra Joop Van der Haar zich ermee bemoeien en werd mijn rol minder. Maar als het over de controlejaren 1992 t/m 1996 ging, werd er weer contact met mij gezocht. De verklaringen van Van der Haar bij de rechter-commissaris (x93Ik weet dat Kaatee ook voor Wim Endstra heeft gewerkt. Marcel Kaatee was directeur van Gebouw Royal Properties en daarin had Marpollo aandelenx94 en x93Ik kan wel bevestigen dat Marcel Kaatee veel van Gebouw Royal Properties wistx94 en x93Hij kwam wel eens stukken ophalenx94) moeten in dat licht worden gezien. Alsook die van de fiscalist: x93Marcel Kaatee was destijds bestuurder van GRF. In die hoedanigheid had ik ook gesprekken met hem over de fiscale problematiek. Deze gesprekken had ik ook vaak alleen met hem zonder de aanwezigheid van W. Endstra. De gesprekken met de belastingdienst voerde ik alleen met de heer Hoes samen. De informatie voor de gesprekken of vragenbrieven ontving ik altijd van Kaatee. Toen later een compromis gesloten werd met de belastingdienst was W. Endstra daar uiteraard wel bij betrokken.x94

Post
Ik kwam ook wel bij Endstra op kantoor om post langs te brengen, of in verband met een vennootschap waar Dennis Prins eind december 2002 mijn functie als directeur had overgenomen. Als Endstra mijn hulp nodig had, belde hij me rechtstreeks of hij liet Prins bellen die hierover bij de rechter-commissaris heeft verklaard: “Wim Endstra vroeg in verband met de boekhouding of ik contact wilde leggen met Kaatee. Ik weet niet meer waarom Kaatee moest komen. Voor mij ging het in de regel om iets zakelijks.”

West End
Ik was tevens vereffenaar bij een op dat moment nog te liquideren vennootschap genaamd x91West Endx92. Deze BV behoorde in 2003 tot het Endstra-concern. In maart 2003 ben ik namens x91West Endx92 betrokken geweest bij de levering van het winkelpand PC Hooftstraat 44 aan Exordium Properties BV. In dat pand was de winkel van Anita Schuts gevestigd. Tijdens het hoger beroep is correspondentie met de notaris overgelegd waaruit mijn betrokkenheid bij die transactie blijkt. Ik verwijs verder naar de verklaring die Endstrax92s secretaresse Danielle Rolvink bij de rechter-commissaris over mij heeft afgelegd: x93Marcel Kaatee ken ik, ook van kantoor. (x85) Volgens mij was hij boekhouder. (x85) Volgens mij deed hij ook de boekhouding van x91West Endx92.x94
Uw stelling in het requisitoir dat uit het dossier naar voren is gekomen dat ik op geen enkel wijze administratief of als postbode diensten aan Endstra heb verleend, betekent dat u het dossier niet goed kent of dat het dossier onvolledig is. Ik ben in ieder geval niet in verband met betalingen aan Paarlberg op het kantoor van Endstra geweest, zoals hiervoor duidelijk is gemaakt. Dat getuigen Haico Endstra en Joop van der Haar anders beweren in hun verklaringen, duidt erop dat zij niet in de omstandigheid zijn geweest om daarover te kunnen oordelen.

- wordt vervolgd -

28 May 2010
By on 11:47
Brief aan Plooij (6)

Plooy Afspraken
Endstra geeft mij op de achterbank een prominentere rol bij het arrangeren of bevestigen van afspraken dan in werkelijkheid het geval was. Anita Schuts en Willem Holleeder hebben beiden eensluidend verklaard hoe die afspraken feitelijk tot stand werden gebracht.
Op 13 januari 2005 antwoordt Anita Schuts op de vraag van de rechercheurs hoe Holleeder haar heeft gebruikt: x93Ik was eigenlijk een soort loopjongetje. Ik mocht afspraken maken, boodschappen doorgeven en telefoontjes plegen.x94 Precies de rol die Endstra mij toebedeelde. Uit de sturende vraagstelling van de verbalisanten blijkt dat zij op de hoogte waren van de intensieve rol van Schuts bij het maken van afspraken tussen Holleeder en Endstra.
Dat zulke afspraken via Schuts werden gearrangeerd kwam in de periode van december 2002 tot mei 2004 meerdere keren per week voor, zo verklaarde Schuts op 9 november 2006 bij de rechter-commissaris: x91Als Holleeder naar mijn winkel kwam, zei hij: waar is Wim, kun je hem even bellen? Hij gaf ook boodschappen aan mij door, dat hij Wim wilde spreken. Ik vroeg niet waar het over ging. Holleeder gaf geen plaats door. Ik denk dat ze die wel wisten. Soms gaf hij alleen de tijd door. De boodschap van Holleeder gaf ik letterlijk aan Wim door. Dit kwam de laatste anderhalf jaar vaak, zo om de twee of drie dagen, dus meer dan eens per week voor.x92
De incidentele keren (5 of 6 maal) dat mij door Holleeder of door Endstra (!) is gevraagd om een afspraak te maken of te bevestigen omdat dat toevallig zo uitkwam, vallen daarbij in het niet. Door het verzwijgen van de prominente en dominante rol van Schuts bij het maken van de onderlinge afspraken moet mijn naam welhaast door Endstra zijn ingevuld, mogelijk om Schuts niet al te zeer in beeld te brengen bij de CIE.

Beatrixpark
Maar behalve Schuts is ook Haico Endstra betrokken geweest bij de afspraken tussen Holleeder en Endstra. Haico verklaart hier zelf over: x93U vraagt mij of ik ook persoonlijk contact heb gehad met Willem Holleeder. Dat heb ik wel eens gehad op verzoek van mijn broer Willem. Mijn broer werd gebeld door Willem Holleeder en hij kon niet weg in verband met een vergadering op kantoor. Mijn broer vroeg mij toen om naar Willem Holleeder te gaan. Ik ben naar de auto naar het Beatrixpark gegaan waar de afspraak was gepland. Ik moest uit de auto komen en weglopen van de auto. Ik heb hem toen verteld dat mijn broer niet kon en er is toen een afspraak gemaakt voor later. U vraagt mij of dat niet telefonisch doorgegeven kon worden. Nee, er werd door Willem Holleeder nooit telefonisch contact opgenomen. Hij wachtte mijn broer altijd ergens op, bijvoorbeeld bij de woning van mijn broer om daar een afspraak voor een later tijdstip te maken.x94 Afgezien van de tegenstrijdigheid in de verklaring van Haico (“Mijn broer werd gebeld door Holleeder” en even daarna: “Er werd door Willem Holleeder nooit telefonisch contact opgenomen”) is dit niet alleen opvallend omdat Haico Endstra blijkbaar zelf ook een rol vervulde bij het maken van afspraken, maar met name omdat hij daar kennelijk niets kwaads in heeft gezien. Als hij had vermoed dat Holleeder Endstra bij dit soort ontmoetingen zwaar onder druk zou zetten, had hij dat wel toegevoegd aan zijn verklaring. Uiteraard is dit zeer van belang te weten omdat ook ik nimmer heb gedacht of vermoed dat er bij een afspraak iets ernstigs gebeurde. Iemand die veel dichter bij Endstra stond dan ik had daar zelfs geen idee van. Waarom zou ik dan wel argwaan moeten hebben? Gezien de overwegingen in het arrest, denkt het hof er net zo over.

Willem Duijs
Dat er tussen Holleeder en Endstra in die periode ook telefonisch contact was hebben overigens meer getuigen verklaard, zoals Beatrix Endstra en Joop van der Haar. Laatstgenoemde kon zich dat bijvoorbeeld nog goed herinneren op 18 mei 2004: “Hij (Holleeder) gebruikte de naam Duijs, Willem Duijs. Daaronder meldde hij zich wel eens telefonisch. Dus, of er werd met Willem Duijs gebeld, of Willem Duijs belde in. Dat was een beetje zijn naam, dat Wim wist dat hij (Holleeder) het was.”

- wordt vervolgd -

27 May 2010
By on 08:59
Brief aan Plooij (5)

Plooy Getuigenverklaringen
Over getuigenverklaringen wordt in de vakliteratuur in het algemeen gesteld dat deze alleen kunnen bijdragen aan de waarheidsvinding als de getuigen spontaan en uit eigen wetenschap of herinnering verklaren en vooral niet worden x91gestuurdx92 tijdens hun getuigenis of door verbalisanten van informatie worden voorzien.
Als Endstra tijdens de achterbankgesprekken spontaan over mij begint te vertellen, noemt hij mij x91bedrijfsleiderx92 of gewoon bij naam. De aanduiding x91boekhouderx92 gebruikt Endstra pas nadat dit hem in de mond is gelegd door CIE-er Henk, die goed op de hoogte is van het Citypeak-onderzoek waarin Thomas van der Bijl mij x91de boekhouderx92 heeft genoemd. Als Endstra rechtstreeks door de CIE wordt gevraagd wie de financixeble man van Holleeder is, noemt hij niet mij maar andere personen.

O.M. bekent schuld
In het strafdossier bevinden zich getuigenverhoren waarvan delen niet, onvolledig of onzorgvuldig door rechercheurs in een ambtsedig proces-verbaal zijn vastgelegd. Tevens zijn getuigen aantoonbaar door verbalisanten naar antwoorden x91gestuurdx92, zo bleek tijdens de luistersessies en de op een later tijdstip letterlijk uitgewerkte verhoren. Tijdens de repliek in het hoger beroep van het Holleeder-proces d.d. 20 mei 2009 bekende het O.M. schuld: x91In een aantal gevallen kan gesproken worden van schending van een belangrijk strafvorderlijk voorschrift als art. 152 Sv doordat processen-verbaal niet een volledige of juiste weergave bevatten van verhoren.x92

‘Weten doe ik het niet’
Gevolg van deze verwijtbare tekortkomingen in het onderzoek is dat getuigen die bij de rechter-commissaris met de processen-verbaal van eerder bij de recherche afgelegde verklaringen werden geconfronteerd, op de volgende wijze reageerden op de open vraagstelling van de R-C:

x93Zo heb ik het altijd begrepen, ook een beetje uit mijn eigen bevindingenx94
, antwoordde Haico Endstra op 5-2-2007 bij de R-C op de vraag: U zegt over Kaatee: x93Dat is de boekhouder van Holleeder.x94 Hoe weet u dat?

x93Ik weet niet waarom ik dat verklaard heb. Weten doe ik het nietx94
, antwoordde Arnold Endstra op 21-12-2006 bij de R-C toen hem werd gevraagd waarom hij had verklaard dat ik de loopjongen was van Holleeder.

x93Ik kan mij niet meer herinneren op welke wijze ik dit toen heb kunnen opmakenx94, antwoordde Dennis Prins op 18-1-2007 bij de R-C op de vraag waaruit hij heeft kunnen afleiden dat ik x91closex92 zou zijn met Holleeder.

x93Ik ken hem alleen van naam, uit de media, zoals televisie en krant. Ik heb hem nooit zelf ontmoet. Misschien heb ik de naam ook wel van Wim Endstra gehoord. Dat weet ik niet meer zo goed, dat durf ik niet met zekerheid te zeggenx94, antwoordde Erna van Dongen op 10-1-2007 hij de R-C op de vraag: Kent u Marcel Kaatee?

x93Dat weet ik niet meer. Ik weet niet meer of hij zei: mijn boekhouder of die boekhouderx94, antwoordde de ex-secretaresse van Moszkowicz Lydia de Witt op 8-1-2007 bij de R-C op de vraag of Holleeder ten tijde van het Citypeak onderzoek heeft gezegd dat zijn boekhouder moest worden bezocht, of dat er werd gesproken over een boekhouder.

x93Nee. Ik heb geen transacties gezien waarin Marcel Kaatee om die reden aandeelhouder was. Wat ik van Marcel Kaatee weet, weet ik op grond van zelf terugredenerenx94, antwoordde Endstrax92s financixeble man Joop van der Haar bij de R-C op 16-3-2007 op de vraag of Kaatee volgens hem een stroman is.

Bram Zeegers
Samen met uw collega Fred Teeven heeft u op 18 februari 2006 getuige Bram Zeegers verhoord. U heeft hem toen de verklaring van Erna van Dongen, de weduwe van Rob Driesen, voorgehouden van 14 februari 2005 en Zeegers om zijn commentaar gevraagd. Van Dongen zou volgens het proces-verbaal van het verhoor hebben gezegd dat ik een x91stromannetjex92 was en dat Endstra aan mij en aan Holleeder verantwoording moest afleggen in het Amsterdamse bos. Zeegers bevestigde toen dat ik een stroman zou zijn en in het Paarlberg-requisitoir refereert u hieraan. Kort voor het verhoor van Zeegers echter had Het Parool het artikel x91Stroman Marcel Katee ook vastx92 gepubliceerd hetgeen door veel andere media in Nederland is overgenomen. Het is aannemelijk dat Zeegers dat artikel heeft gelezen, want in zijn eerdere verklaringen in 2004 en 2005 rept Zeegers met geen woord over mij.

Parool_3012006_stroman_vast‘Stromannetje’
Uw werkwijze staat bekend als sturend verhoren. Maar het is nog erger dan het lijkt, want Van Dongen had er niet bij gezegd van wie ik een stromannetje zou zijn. En dat wilde de rechter-commissaris op 10 januari 2007 graag van haar weten toen hij aan Van Dongen vroeg: “Zei Wim ook van wie Marcel Kaatee het stromannetje was? Weet u waarom Wim het woord stromannetje gebruikte?”
Van Dongen antwoordde: “Als ik dat daar gezegd heb, zal het zo zijn. Nu kan ik het mij niet meer herinneren. Met Wim bedoel ik Wim Endstra. Hij heeft niet tegen mij gezegd wat hij bedoelde met stromannetje.”
De verwarring werd nog groter toen bleek dat de verklaring van Van Dongen waarmee Zeegers werd geconfronteerd, niet goed op papier was gezet. Van Dongen had in februari 2005 helemaal niet gezegd dat Endstra elke week op het matje werd geroepen en verantwoording moest afleggen aan Marcel Kaatee zoals oorspronkelijk door de teamleider van het Kolbak-onderzoek was geverbaliseerd. Dit bleek nadat er op 31 januari 2007 een nieuw proces-verbaal werd gemaakt van het verhoor.
U zult het met mij eens zijn dat de wijze van verbaliseren in de strafzaak geen schoonheidsprijs verdient. Dat u de uitspraken van Van Dongen en Zeegers toch gebruikt in het requisitoir in de Paarlberg-zaak, zonder aan te geven onder welke omstandigheden de verklaringen tot stand zijn gekomen, is tekenend voor de door u gehanteerde werkwijze.

- wordt vervolgd -

26 May 2010
By on 11:57
Brief aan Plooij (4)

Plooy Boekhouding
U stelt in uw requisitoir: x91Toen Holleeder in 1995 naast zijn werkzaamheden in de gokhallen ook het Erotisch Museum pachtte – tot eind 1996 – deed Kaatee hiervoor de boekhouding. Beiden hebben dat erkend. Verder zou Kaatee slechts als vriendendienst af en toe wat administratie voor Holleeder hebben gesorteerd. (x85) Zowel in Kolbak als in Enclave zijn processen-verbaal opgemaakt betreffende de activiteiten van Kaatee voor Holleeder. Hieruit en uit de verklaringen van getuigen Rietbroek en Gerard Holleeder, blijkt dat Kaatee en Holleeder op dit punt niet de waarheid hebben gesproken.x92
Uw bewering dat uit de verklaringen van de heer Rietbroek en Gerard Holleeder zou blijken dat ik niet de waarheid heb gesproken over vermeende boekhoudkundige hulp aan Holleeder is leugenachtig en onjuist. De heer Rietbroek heeft op 1 november 2007 op zitting verklaard dat niet ik maar hij vanaf 1995/1996 (nota bene tot 2006!) de boekhouding deed voor de heer Holleeder. Dit hield volgens hem in: het verwerken van de kas- en bankstukken tot een financixeble administratie en het opstellen van de jaarrekeningen. Tevens verzorgde Rietbroek de aangiften inkomstenbelasting voor de heer Holleeder en voerde hij directie over een vennootschap van de heer Holleeder: x91In die BV zat een pand met een verhuurrecht en het ging niet goed met de BV. Dat heb ik gedaan. Holleeder verzocht mij de boekhouding te doen totdat het pand zou zijn verkocht. (x85) Toen raakte de BV in allerlei procedures verwikkeld en nadat justitie voor die inbeslagname was langs geweest heb ik verdachte Holleeder gezegd dat ik ermee wilde stoppen. (x85) Sorry dat ik het zeg mijnheer Holleeder, maar het is geen aanbeveling de boekhouder van Holleeder te worden genoemdx92, aldus Rietbroek.

Crimesite
Crimesite deed daarna op internet uitgebreid verslag van dat getuigenverhoor:
‘(1-11-2007) De echte boekhouder van Willem Holleeder de heer Rietbroek van Administratiekantoor Bergwerf en Partner bevestigde wat Marcel Kaatee en zijn Advocaat Mr. Arthur van der Biezen al hadden verklaard. Hij deed de boekhouding en niet Marcel Kaatee. Hij was aangeraden door Dhr Witzenhausen, de man van Holleeders zus, en zorgde voor de aangifte inkomstenbelasting. Zoveel hield dat boekhouden niet in voor de eenmanszaak ‘Naris’ van Holleeder, volgens de boekhouder.’
Over mijn beperkte administratieve hulp aan Holleeder heb ik, behalve in januari 2007 bij de rechter-commissaris, eerder verklaard op 24 februari 2006: “Ik heb wel eens zijn administratie op orde gemaakt. Voor als hij stukken naar zijn boekhouder moest brengen. Dat was net zox92n verhaal als met Grifhorst. Dat ik de puinhoop van die boekhouding weer wat netter maakte. In die tijd deed Holleeder allerlei klusjes voor Wim (Endstra).x94

Naris
Deze vriendendienst beperkte zich slechts tot zijn bedrijf x91Narisx92 dat zakelijk actief was in de perioden 1995 t/m 1996 en 2000 t/m 2002. Dat maakt van mij geen criminele x91boekhouder van Holleederx92 en al helemaal geen x91minister van financixebnx92 zoals uw toenmalige collega Fred Teeven tijdens het proces heeft verkondigd. Naris was een legaal bedrijf dat zich bezig hield met legale activiteiten zoals het exploiteren van een museum en later het organiseren van schilderwerk, verbouwingen en renovaties. Ik zag er in elk geval niks verkeerds in om zo nu en dan wat administratieve hulp te bieden.

- wordt vervolgd -

25 May 2010
By on 07:44
Brief aan Plooij (3)

Plooy Onjuistheden
U stelt in uw requisitoir: x91Zoals we zullen zien heeft Kaatee namens Holleeder contacten met Paarlberg en Van Tatenhove onderhouden in verband met enkele betalingen.x91 In dat verband duidt u mij aan als x91adjudantx92 van Holleeder. Even voor het juiste begrip; volgens Van Dale is een adjudant een x91stafofficier die aan vorstelijke personen, opper- of vlagofficieren is toegevoegd om deze in dienstzaken bij te staan.x92 Om uw bewering over de x91feitelijke betrokkenheidx92 van x91adjudantx92 Kaatee te falsificeren zou ik simpelweg kunnen volstaan met een verwijzing naar de verklaring die de heer Van Tatenhove op 1 februari 2006 over onze onderlinge contacten heeft afgelegd: “Wij hebben nooit concreet informatie uitgewisseld of dingen besproken die betrekking hadden op de financixeble transacties tussen Paarlberg en Endstra.”
Hetgeen Van Tatenhove verklaarde is namelijk volstrekt juist. Ook met Van der Haar heb ik nimmer informatie uitgewisseld of dingen besproken die betrekking hadden op financixeble transacties tussen Paarlberg en Endstra. Op de vraag van de recherche of er behalve Ad van Tatenhove ooit andere mensen aanwezig waren bij de besprekingen, antwoordde Endstra’s financixeble man Joop van der Haar op 22 juni 2004: x91Wim, ik en Ad. Nooit iemand anders.x92

‘Onguur type’
Mijn eerste ontmoeting met de heer Paarlberg, nadat wij elkaar ooit vluchtig hadden gesproken tijdens een kunsttentoonstelling die hij in de jaren negentig organiseerde, vond plaats in maart 2004 en niet in de periode tussen april 2004 en april 2005 zoals de volgens eigen zeggen x91stiptex92 getuige Mouthaan in haar verklaringen doet voorkomen. Aangezien zij mij beschrijft als een x91onguur typex91 en een x91raar figuurx92 zal ze mij hebben verward met iemand anders. De voorzitter van het hof mr. Chorus en ik hebben smakelijk moeten lachen om deze typering tijdens de inhoudelijke behandeling in hoger beroep. Tijdens die zitting bleken behalve de periode ook andere onderdelen in Mouthaans verklaringen niet te kloppen, zoals de beschrijving van mijn auto. Dit kon simpel worden aangetoond aan de hand van enkele getapte gesprekken die ik met de garage heb gevoerd.

Wet Bibob
Aangezien ik de heer Paarlberg pas ontmoette nadat Endstra de betalingen blijkens het strafdossier had stopgezet, is uw veronderstelling dat ik over deze betalingen contacten met de heer Paarlberg heb onderhouden behalve onjuist nogal merkwaardig en vergezocht. Mijn gesprek in maart 2004 met de heer Paarlberg hield verband met de verlenging van mijn speelautomatenvergunningen per 1 januari 2004 waar op dat moment nog niet op was beslist. Als gevolg van de net ingevoerde wet Bibob zouden bij vergunningaanvragen de financieringen van bedrijven onder de loep worden genomen, dus ook de door Wilbury Limited verstrekte leningen. Op 30 juni 2008 heb ik in uw aanwezigheid hierover verklaard bij de rechter-commissaris. Uw neerbuigende opmerkingen tijdens dat verhoor zoals x93U bent toch geen klein kind voor wie zijn vader alles moet regelen?x94 staan mij nog helder voor de geest.

Vergunningen
Mijn eerstvolgende ontmoeting met de heer Paarlberg vond pas in de eerste helft van 2008 plaats, nadat de burgemeester van Amsterdam zijn voornemen bekend maakte om de in december 2006 aangevraagde exploitatievergunningen voor mijn speelautomatenhallen te weigeren. Iets wat u zich op 18 augustus 2006 tijdens een raadkamerzitting goed kon voorstellen.

Ik kom nu toe aan de bespreking van de interpretaties en onjuiste stellingen in uw paragraaf 8.5.2.

Tapgesprekken
U stelt: x91De betrokkenheid van Holleeder bij de gokhallen alsmede de nauwe relatie in deze tussen Kaatee en Holleeder blijkt ook uit diverse tapgesprekken in de zaken Citypeak (1996), Domino (2000) en Calkta5 (2000-2001). Daaruit blijkt dat Holleeder een belangrijke stem had in de bedrijfsvoering en dat Kaatee zich dienstbaar jegens Holleeder opstelde.x92
Tijdens het hoger beroep in de Kolbak zaak is aan de hand van de door u genoemde tapgesprekken door de verdediging een verificatierapport ingebracht getiteld x91De aard van de relatie tussen Holleeder en Kaateex92. Hierin zijn alle taps tussen Kaatee en Holleeder en tussen Kaatee en Endstra uit het gehele strafdossier, inclusief de gedurende de procedure bijgevoegde stukken, geanalyseerd. In hoger beroep is overigens gebleken dat u gesprekken tussen mij en Endstra heeft geregistreerd als zijnde gesprekken tussen mij een Holleeder. Nogal onzorgvuldig.

Verificatierapport
Omdat het Openbaar Ministerie over dit verificatierapport beschikt, volsta ik met het weergeven van de daarin vermelde conclusies:
1. x91In totaal hebben Kaatee en Holleeder over een periode van 6 jaar (1995 t/m 2001) 44 keer contact over de telefoon en dus niet honderden keren zoals wordt gesteld, die contacten zijn dus bepaald niet x91vrijwel dagelijks;
2. Het laatste telefonische contact dateert uit 2001, ruim voor de ten laste gelegde periode, dus ook in die zin zeker niet x91vrijwel dagelijksx92;
3. De inhoud van de gesprekken onderstreept de lezing van Kaatee over zijn verhouding met zowel Endstra als Holleeder;
4. Geen enkele keer wordt gesproken over de bedrijven van Kaatee;
5. Geen enkele keer geeft Holleeder een opdracht aan Kaatee;
6. Gedurende de ten laste gelegde periode is er niet xe9xe9n telefoongesprek tussen Kaatee en Holleeder.x92

- wordt vervolgd -

24 May 2010
By on 09:52
Brief aan Plooij (2)

Plooy De Vordering
Het enige vraagteken dat het arrest plaatst en waar u in uw requisitoir gretig op inhaakt, betreft mijn vordering op Endstra in verband met de aankoop van de Wallenpanden op 6 september 2002. Er zijn niettemin ruim voldoende bewijsmiddelen voorhanden die het bestaan van deze vordering aantonen zoals:
x95 op 21 februari 2003 en 16 mei 2003 aan Endstra gefaxte accountantsberekeningen van de vordering;
x95 de jaarcijfers 2002 waar de vordering op Endstra op de balans van mijn bedrijf (Dice) staat;
x95 op 28 februari 2003, 27 maart 2003, 16 mei 2003 en 20 augustus 2003 aan Endstra gestuurde betalingsherinneringen/aanmaningen;
x95 een door de fiscalist opgestelde vaststellingsovereenkomst waarin Endstra en ik overeenkwamen mijn vordering uiteindelijk te verrekenen met de aankoop van mijn appartement in december 2003;
x95 de heldere verklaringen over de vordering van Endstra’s fiscalist en accountants. 
Toch konden al deze bescheiden het hof er niet volledig van overtuigen dat Endstra mij geld verschuldigd was. Om die reden werd een verband met de ontvangst en retournering van een envelop met contanten omstreeks 27 april 2003 en het inzien van de WFC-akte om de transportdatum te achterhalen op 16 mei 2003 door het hof x91niet plausibelx92 geacht. Terwijl nota bene op dezelfde dag (16 mei 2003) de fax met de nog te verrekenen bedragen alsmede een betalingsherinnering naar Endstra zijn gestuurd.
Niet alleen heeft Endstrax92s financixeble man Joop van der Haar als getuige het bestaan van mijn vordering op 16 maart 2007 bij de rechter-commissaris bevestigd (“Ik had die vordering in de boeken gezien. (x85) Het klopt dat er niet betaald was. Ik heb wel eens een brief gezien van Marcel Kaatee.”). Tevens legde Van der Haar een link tussen mijn vordering en het inzien van de WFC-akte (x93Dat Kaatee toen de boeken inkeek vanwege die vordering.x94).

Rookgordijn
Het hof moet in vertwijfeling zijn geraakt doordat uw Openbaar Ministerie tijdens het Hoger Beroep plotseling de stelling betrok dat ik na de overname van de Wallenpanden helemaal geen vordering meer zou hebben op Endstra omdat alle bedragen bij de transactie op 6 september 2002 al zouden zijn verrekend. Dit meende het O.M. op te kunnen maken uit een vaststellingsovereenkomst van 4 september 2002 waarvan zij ook nog eens (ten onrechte!) beweerde dat deze geantedateerd zou zijn. Het rookgordijn van het O.M. en een beperkte kennis van de financixeble wereld bij de raadsheren bracht hen blijkbaar zo aan het twijfelen dat men zich niet realiseerde dat de overdracht van de Wallenpanden op 6 september 2002 gedetailleerd in notarixeble akten is vastgelegd. Daarin staat precies beschreven welke bedragen partijen over en weer aan elkaar verschuldigd zijn, inclusief de nog na te verrekenen bedragen zoals nog niet vaststaande belastingaanslagen met betrekking tot voorgaande jaren.

Notaris
Aan deze officixeble stukken en de definitieve leveringsvoorwaarden had het hof een grotere bewijswaarde moeten toekennen dan aan een voorafgaande samenvatting van gemaakte afspraken waar uw Openbaar Ministerie haar tanden in had gezet. Endstra en ik hebben de leveringsakten op 6 september 2002 samen bij Notariskantoor De Jong ondertekend nadat de tekst door de notaris was voorgedragen en door ons beiden akkoord was bevonden.
Ondanks de sceptische houding van het hof ten aanzien van mijn vordering op Endstra en al hetgeen ik heb ondernomen om de vordering pas na 16 maanden(!) te kunnen incasseren, volgde vrijspraak: ‘Het hof concludeert dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen de verdachte onder 1, 2 primair en subsidiair en 3 is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.x92
In eerste aanleg kwam de rechtbank Haarlem tot eenzelfde oordeel, namelijk x91dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van afpersing van Endstra. De rechtbank komt tot dat oordeel nu uit de stukken van het strafdossier noch aan de hand van het verhandelde ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat sprake is geweest van de daarvoor vereiste nauwe en bewuste samenwerking en zijn medeverdachte Holleeder.x92

De envelop
Alleen ten aanzien van de ontvangst van een envelop met een contant geldbedrag was de rechtbank destijds een andere mening toegedaan dan het hof. Mocht u vanwege dit verschil van inzicht tussen beide gerechtelijke instanties de gedachte niet los kunnen laten dat ik mogelijk toch betrokken ben geweest bij strafbare feiten, wijs ik u erop dat x91de envelopx92 in geen enkel verband staat met de strafzaak tegen de heer Paarlberg.
De dagboekaantekening van Endstra waarin vermeld stond dat de envelop die mij op 27 april 2003 door zijn neefje Arnold was overhandigd, al het Zwitserse spaargeld van zijn moeder bevatte, bleek overigens valselijk te zijn opgemaakt. De advocaten-generaal maakten mij hierop attent tijdens hun repliek in hoger beroep. Dat spaargeld, overigens een veel hoger bedrag dan Endstra in zijn aantekening had vermeld, was pas op 30 april 2003 in Zwitserland van de bank gehaald.

Schadeclaim
Door geen beroep in te stellen tegen mijn vrijspraak heeft het Openbaar Ministerie zich onomwonden geconformeerd aan het oordeel van het Amsterdamse gerechtshof. Niet alleen heeft het hof mij volledig vrijgesproken, tevens heeft het hof mij x91ten laste van de Staatx92 een schadevergoeding toegekend van x80 15.265,- voor geleden immaterixeble schade vanwege het onterecht ondergaan van 210 dagen voorlopige hechtenis. Dit was de uitkomst van de schadeprocedure artikel 89 Sv, artikel 591 Sv en artikel 591a Sv.
Standaard geldt een vergoeding van x80 70,- per dag. Voor in het politiebureau en/of onder beperkingen ondergane verzekering of voorarrest geldt x80 95,- per dag. In de beschikking van 1 april 2010 rekent het hof voor: x91Dit resulteert in (31 maal x80 95,-) x80 2.945,- + (176 maal x80 70,-) x80 12.320,-, zijnde tezamen x80 15.265,-x91 Het gerechtshof berekent echter 3 dagen tekort, aangezien ik geen 176 dagen maar 179 dagen zonder beperkingen in het huis van bewaring heb doorgebracht. Dit heeft het O.M. nota bene in een brief aan het hof bevestigd: x91Verzoeker heeft in verzekering en voorlopige hechtenis verbleven van 30 januari t/m 19 juli 2006, en van 1 september t/m 9 oktober 2006 zoals. Op zich is juist dat verzoeker 210 dagen gedetineerd is geweest, waarvan 3 dagen in een politiecel en 31 in beperkingen. De hoogte van het forfaitaire bedrag is juist. Dit onderdeel van het verzoekschrift is toewijsbaar.x92
Rekenen en financixebn zijn geen specialisme van de raadsheren die over mij hebben geoordeeld. Dit werd mij wel duidelijk uit de gestelde vragen tijdens de inhoudelijke behandeling op 4 maart 2009. Het door de jongste raadsheer ondertekende verslag van de zitting telde maar liefst 22 onjuistheden, waarvan er niet xe9xe9n werd ontkend nadat mijn raadsman het hof hier in een brief op heeft gewezen. Het verklaart het onbegrip over de accountantsberekeningen en de cijferopstelling van mijn vordering op Endstra.

‘Schade voor verdachte groter’
Terug naar de schadeprocedure. Het Openbaar Ministerie vond een hogere dan de forfaitaire vergoeding die de raadsheren mij uiteindelijk toekenden alleszins redelijk en billijk. In een brief aan het gerechtshof van 4 januari 2010 motiveerde het O.M. dit als volgt:
x91Gezien het feit dat de strafzaak verband hield met de zaak-Holleeder en daardoor grotere publieke aandacht heeft gekregen, is aannemelijk dat voor verzoeker (Kaatee) het ondergaan van voorarrest zwaarder dan gemiddeld heeft gewogen en dat de publieke aandacht en daarmee gepaard gaande schade voor verdachte groter is geweest nu hij niet alleen verdachte was maar daarvoor ook in voorlopige hechtenis heeft gezeten. Tegen toekenning van een bedrag voor het ondergane voorarrest van een hoger dan het forfaitaire bedrag bestaat dan ook geen bezwaar. Voor de grondslag van deze verhoging verwijs ik ook hier naar Rechtbank Rotterdam, LJN AZ 4824: In die beschikking wordt voor ondergane detentie van 315 nachten (waarvan 49 in beperkingen) een bedrag toegekend van resp. x80 250 en x80 200 per dag. Het lijkt rexebel bij deze toekenning aan te sluiten, nu de zakelijke gevolgen bij een terroristisch misdrijf en bij de feiten waarvan verzoeker werd verdacht vergelijkbaar te achten zijn.x92
Over de geclaimde advocaatkosten voor het indienen van de verzoekschriften stelde het O.M. in de brief: x91Het is niet onredelijk, voor de indiening van deze drie verzoekschriften gezamenlijk, een hogere dan de forfaitaire vergoeding toe te kennen.x92

Beschuldigingen
Deze standpunten staan haaks op uw beschuldigingen aan mijn adres in het Paarlberg-requisitoir, terwijl het x91ondeelbarex92 Openbaar Ministerie wordt geacht met xe9xe9n mond te spreken. Veel van uw kwalijke beweringen in de Kaatee-paragraaf zijn woordelijk overgenomen uit het requisitoir van 12 november 2007 in eerste aanleg waar reeds uitvoerig verweer tegen is gevoerd. Zowel de rechtbank Haarlem als het Amsterdamse gerechtshof hebben uw beschuldigingen zorgvuldig gewogen en beoordeeld. Over de in uw requisitoir opgevoerde getuigenverklaringen die een betrokkenheid van x91adjudantx92 Kaatee bij afpersing zouden suggereren, heeft het hof duidelijk gesteld:
x91Uit geen der verklaringen van de ter zake gehoorde getuigen en verdachten in het onderzoek kan worden afgeleid dat de verdachte (Kaatee) wetenschap had van afpersing van Endstra.x92
Omdat deze gerechtelijke vaststelling kennelijk niet tot u is doorgedrongen zal ik hierna de verklaringen van de door u genoemde getuigen bespreken.

- wordt vervolgd -

19 May 2010
By on 15:37